Rijstpap
Ik wil mijn benen spreiden en jou bevlekt ontvangen vol en vruchteloos laat ik me leiden door geur bevangen alsof je koos mij te bevrijden van mijn verlangen. Ik, de leproos. De zieke, de gek die niet wist dat handen ook op haar lijf pasten. Dus prik me lek laat me opbranden, in vuur vasten. Verbijt je in mijn nek laat me niet landen, we zijn tenslotte gasten. want in lijf en leden is mi case su casa, en aanbellen doe je met je tong. Ik ben van lichte zeden alles wat ik ken vindt oorsprong in bloed en zweten in oneindig ja in wat ik steeds verzon. Geef mij de vrijheid van het verlangen dat als een mes door boter snijdt. Berg mijn bange hart in een vers dat langs je lippen glijdt en tussen je tanden rijpt tot zondares. Maak mij nymfomaan zoals dat alleen in jouw handen kan. Ik bied me aan, maak mij sereen en wanneer ik dan weer wil gaan leg je om me heen leg me lam. Kneed mijn dijendeeg, laat het gisten om later tot brood te bakken alsof ...