Waar zal ik beginnen? Het lijkt zo lang en toch al voorbij. Een jaar overwinnen, zonder later wrang, zuur of bitter te zijn. Ik zoek het vanbinnen: achter mijn koude wang, tussen de huid van mijn dij. Het water dat me vult, is hoe mijn hart steeds zwelt, hoe het mijn lippen raakt, toont dat ik weet wat het duldt. Dat al mijn geweld de tijd niet trager maakt, het grote niet verhult, de reus niet velt en het kleine niet kraakt. Van het eerste onverstaanbare tot het laatste opengebroken: wat groot moet, zit in klein. Niet in perfectie van gebaren of beenmerg leegkoken. Groot is er gewoon zijn, duizenden waters bevaren, schone schijn opkopen en vechten aan de zijlijn. Het slot forceren houdt de seconden niet achter tralies, dus dans ik in de regen, bega mijn zonden en lach automatisch. Ik moest alles leren, want weinig monden vervullen alle acties. Waar veel woorden de kern kunnen kraken, kies ik voor schrappen: lievelingen vermoorden en bedekken met wit laken. Ik zal het geheim verklappen...