Ontzuiling
Ik wil die apotheose, dat hoogtepunt, die zalige climax. Ik weet wat ik heb gekozen, welk bloed ik heb verdund. Ik weet waar we straks in alle tijd verpozen, als je me alles hebt gegund. Ik vrij het liefst ’s nachts. In het donker verandert smaak: zout verzacht dorst, wordt zachter dan zoet en talmt in wraak. Het hijst de borst naar overdaad en vloed, naar waar vrijspraak zich in honing stort en op de tong gloeit. Met open mond en open hand lig ik in je open hart. Het was hier dat ik vond waaraan ik me had verbrand en waarom ik was verhard. Het was op een avond in een ongekend land dat ik werd besnaard. In de hitte van borsthaar en vlugge tanden leerde ik het vrije spel: hoe egoïsme voor elkaar botste met de randen van ieder ouderwets model. Ook nu, en niet meer daar, en overal waar we landen, weigeren we eerherstel. Niks dat ons kan deren. Niks dat ons kan verleiden. In de lijnen van ons weten kan enkel schuld ons verteren. Wij laten ons niet le...