Posts

Viraal

We worden samen contactgestoord, virale handen stoorzenders. Tot afstand aangespoord, ons collectief geheugen doorboord. We krijgen het niet verwoord, onze zinnen versmoord, onzichtbaar vermoord. We worden samen moe, en onzeker. Het wordt beter, dát is zeker. Maar wanneer dan? En hoe? Toch blijven we samen verzinnen, bezige handen uitvinders. We durven bezinnen, denken aan onze helden en heldinnen. We blijven voor hen binnen, kunnen ver beminnen, willen overwinnen. We worden samen moe, en onzeker. Het wordt beter, dát is zeker. We weten waarom, en hoe.

Niet te vatten

Ik wil best een praatje met je maken, maar mag ik me dan inbeelden dat je iemand anders bent? We praten wat over het weer. Ja, het wordt steeds donkerder en regenen zal het ook wel, mag ik dan bij jou... Oh nee, dat mag niet. En jij bent iemand anders.

't Schrijfsterke

Ik weet waar je vandaan komt, niet het oudste, wel het meest diverse. Toch ben je een woord dat niet rijmt, als herfst, en niet meer te verzoenen valt met mijn zinnen. Je lettergrepen zijn ontelbaar en het lijkt alsof je met elk ander woord botst. Ik zal je moeten splitsen tot enkel een zinsdeel, om jouw logica bloot te leggen. Ik zal je moeten herschrijven, schrappen tot je weer mooi bent.

Origami

Ik zou mezelf in jouw huid willen begraven, of je op mijn tong laten smelten. Je gladstrijken zodat je in origamistijl mijn boezem verwarmt. Als je je weg- trekt zal ik je missen. Een etterende wonde op de plek waar jij me samenhield. Het holt zich steeds dieper uit, wordt een vleesetende bacterie, een zwart gat dat zichzelf aanboort. Wanneer ik zie dat ook jij die gedachte niet verdraagt, kruip ik naar je toe. Ik glij met mijn vingers door je haar en plant mijn verlangen op je lippen. Het groeit, als een kind dat steeds meer hun waarde weet.

Genade

Dat jij je, net als ik, mens noemt, vind ik verachtelijk. Lachwekkend zelfs. Je was de nagel aan mijn doodskist, het kon je niet schelen dat je herinnering voortaan zout in de wonde zou leggen. Jij bent mijn bloed niet waard, je zweepslagen deren me niet langer. Mijn huid is litteken. Ik wil dat je op je knieën valt, mijn voeten kust en om vergiffenis smeekt. Wat ik je niet kan geven.