Posts

Posts uit 2013 tonen

Zure appel

Wat is wetenschap? Schap van het weten? Atomen in broeiketels gewassen van mijten met profijten op de winst? Verweven in webben van planten, plannen en catastrofaal vermanen? Nergens geraken, alles kraken? En denk maar eens aan tijd, verloren in pijn gedragen door witte handen verbrand door het zuur in de appel, gevallen op Newton's hoofd.

Tijdmachine

Tijd loopt zichzelf voorbij, vergeet verleden, ontwijkt toekomst en groeit van ent naar boom, elke tak een moment, het loopt, als een machine, radertjes en boordcomputers, progresseren, einde loos updaten geen tijd voor een terugblik of toekomstkijk, het loopt zichzelf voorbij.

Rellen

Het klopt me aan, bonkt tegen mijn slapen tussen mijn hersenlobben een hoefslag tegen mijn neus zaait paniek door lijf en leden, mijn nerven met toortsen, hooivorken ramt mijn poorten, verdedig ik mijn vesting dan slaan de stallen in vlam, paarden op hol en ik ik verberg me in de voorraadschuur, mijn verloren zin, zal later instorten en me verder vergeten.

Ruiter

(Na een lange afwezigheid door een zeer vervelend en hardnekkig verlies van inspiratie kunnen jullie weer 'genieten' van mijn schrijfsels.) Ruiter ------ In het koninkrijk van de ruiter kent niemand het gezicht Hij voert zijn ros langs korte paden en lege stegen Het gedreun kaatst langs muren en vindt een weg Draagt verder het loden hart in het koninkrijk van de ruiter kent niemand het gezicht.

Sprookje

De doorn van haar roos prikt haar slapende hand, wit als sneeuw ligt ze met glazen muiltjes in de glazen kist. Ze tikt als dood de uren weg langs haar bloedrode kapmantel, het mandje rot weg in de stilte van de eeuwigheid. Geen fee weet raad, tranen stromen langs ontroostbare wangen, de heks lacht om wat lijkt een onuitwisbare dood. Maar er is nog die ene kus.

Als raaf zo zwart

Ik zal mythen verkrachten, helden doen vallen en goden temmen. Het haviksoog zal sluiten, de hamer niet meer bliksemen en de brandende struik dooft. De witte duif wordt als raaf zo zwart.

Relatief

Tijd kent geen grenzen dus breek me niet maar vul me aan als een puzzelstuk steeds dichter, pijnlijker gekraak dat zachtjes verdwaalt in alle relativiteit

Centraal zenuwstelsel

Op het perron van Brugge, Berchem, Brussel, al dan niet centraal met een verslaving aan pijn in de hand, tussen de vingers. Zenuwen geprikkeld door sporen, glinstering in de ogen. Spoor me op en neem een sprong. Alsof nooit bestaat.

Kruipen

Het bloed zwelt en kruipt waar de pijn mijn ogen verblindt in woede Wonden branden binnen mijn lijf, doorgestoken kaart, messcherp gedrocht Ik praat, ik lig neer, in de goot sterven wij eenzaam in kruipend bloed.

Verloren gebed

Excentrieke sterrenkijkers, het werk van de vader uitpluizen in roestspijkers onder haar naam, volle maan. Een flits in het kader, een huil langs de laan, zijn pijnlijke schreeuw, beest, angstig leven in het duister. Het bijt, zij verbleekt niemand hoort zijn gefluister, een verloren gebed.

Spiegelbeeld

Het is alsof ik in een spiegel kijk, met een klein verschil in lichtschakering. Grijs wordt flikkerend blauw, vol levenslust en jongere jeugd. Gebroken glas binnenin, zachte bolsters. Ik kijk in een spiegel met slechts een klein verschil in lichtschakering.

Belofte maakt schuld

Als het waar is wat ze zeggen en beloven, dan kunnen we gerust onze hoofden in kussens dopen, dromen laten en genieten van het ware. Toch maken beloftes een niet te innen schuld en moeten we het zelf zoeken in dromen en wensen, diepe verlangens en een fantasie als streling van hoop.

Jij bent vergif

Jij bent vergif sluipend door wat ooit van mij was, mijn gezichtsbedrog, een illusionist die met zichzelf moordt. Ik luister en leef in je zinnen, een verslavende nachtmerrie die als een school critici, mij niet meer redt. Mijn ongeboren kind, verspild tussen radioactief afval, een verdroogde vrucht nog voor het groeien kon.

Blitzkrieg

Soldaten marcheren doelloos door nevelige niemands landen doordrenkt met dood en verderf. Offensieven breken linies en defensie scheurt. Lijken liggen in prikkeldraad tussen wolken van mist. Bloedrood lopen menige ogen door en hakken in op houten, onschuldige gezichten met vergeten namen. Een kleine wereld in een groot lichaam. Er woedt een oorlog in mijn duister hoofd.

Piranha

Donkerhuidig glas in mijn schubbig vel, bloed dat langs mijn polsen vloeit. Een shot pijn, zoete geur van wraak zweeft door mijn hoofd. Brul aapjes in de takken van mijn geweten, neergeschoten door een fel brandend licht. Zachtjes neerkomen op een spijkerbed en toch verzinken in een diepe slaap.

Fietsen over straat

Ik fiets door straten, steegjes geplaveid met angstsporen, de idee, het, ongeduld van autowrakken. Rokerige gedachten, nee, verslavende, verslaafde gedachten, hersenkronkels kronkelend langs zeilschepen op de vinnen van mijn monster, gedreven door een driftkop verborgen in mijn hoofd, met gedachten, gedichten, fietsen over straat.

Droomleven

Dagdromen Angstdromen Pijndromen Koortsdromen Bedrogdromen Vage dromen Kunstdromen Fantasiedromen Droomreizen Ware dromen Werelddromen Poëtische dromen Passiedromen Romantische dromen Erotische dromen Liefdesdromen Toekomstdromen Samen dromen, droomleven.

Gouden Kooi

Delete controle, alternatieve atomen, de vleugels opgesloten op het einde van het thuisfront. Geef me de sleutel naar vrijheid en ik transformeer naar een motto klaar om nooit meer te zwijgen.

Sneeuwstilte

De stilte van sneeuwvlokjes die me plots godsvruchtig maken, alsof ik wil bidden voor een leven dat het waard is om te lijden zachtjes landend op mijn koud gelaat en toch smelten voor de warmte van mijn hart alsof ze me willen vertellen dat ik wél iemand ben.

Brug

De brug breekt en waait in zand korrels uit elkaar steen voor steen bedorven cement, vertrappelde droom luister naar het zwijgend gedreun, knappende balustrade een kind stort als volwassene neer in het puin van zijn gevallen brug.

Chronos

Als een weerspiegeling van kleur in het snelstromende water gaan wij voorbij. Op snelwegen langs voorbij suizende stiltes fluisteren wij onhoorbaar verdrongen talen. Praat niet langer over vervlogen dromen, zwijg stil en hoor hoe hij de nacht verbreekt in spiegels van verlossing.

Spatie punt

Er is die ene droom waarin je me zachtjes vermoordt. Elke klinker en mede klinker vergaan onder jouw vinger. Alle komma's verdwijnen, waar leegtes verschijnen als eerste getuigen. Woord voor woord word ik uitgedund tot enkel spatie en punt.

Wolkdicht

Jij, roze wolk hoog boven mij. Ook jij kent je regenbuien en donderwolken, je stormwinden en sneeuwstormen, je hagelstenen en hittegolven... Dus vertel me niet dat je enkel zonneschijn ziet.

Moederlicht

Jij, lichte iris die mijn nachtelijke pupil verwarmt met glanzende tijden en volle zinnen. Enkel jij ziet mijn beeld. Jij, zachte honingbloem laat mijn nachtvlinder drinken van je verspilde nectar. Honingzoet omhelzen je paarse blaadjes mijn gemoed. Jij, de fluisterende wind langs mijn kale kruinen waarin zonder jou geen vogel zingt of de lente langs mijn wortels kruipt. Jij, moederkloek die haar uitgespuwd koekoekskuiken in haar vleugels wiegt, een traan wegpinkt, zonder vraag, zonder antwoord.

Stil Water

Ik ben geen stil water ook niet zoet. Ik ben wel diep, donker, diep doods. Mijn strand is bezaaid met oliegestikte vogeld die ik weg wil spoelen. Mijn water reflecteert al lang geen zon meer, maar verblindt zijn eigen pracht

Kleine Ster

Ze zeiden: 'Het leven gaat voort' Nee, het staat stil, moeilijk onder woorden te brengen niet weg te slikken. Je moest te vlug weg en liet ons vragend achter Bang dat je ons vergeten zou. Een kans kregen we niet We weten niet Hoe je ging zijn koppig, speels of vrolijk? We weten het niet Maar, kleine ster, uitdoven doe je niet Schitter hoog, zoals je hier ook zou doen.

Diamanten

Droog mijn tranen en draag ze als diamanten naar warme kussens en frisse cocktailglazen naar stille gronden en flikkerende kleurschakeringen naar hoge dromen en verre waarheden naar diepe waters en spiegelbeeldrimpels naar klassieke tijden en gevorderde toekomsten naar groten der aarde en hopende wensputten om ze dan neer te leggen in het zand van die ene plaats waar ik nooit was.

Droomgedicht en Een koe

(Twee korte gedichten, de laatste meer als grap) Droomgedicht Ik ben een dromer ik droom dromerige dromen die zichzelf dromen en gedroomde dromen worden. --------------------------------  Een koe Zou een koe over het leven nadenken, ook tijdens het herkauwen?

De laatste kraai

Als een eenzame kerktoren, traditioneel Tussen glaswerk en stalen gebinten. Als een leeggetrokken magazijn, koud en Zonder voetstappen geen ziel kijkt om. Zo glijdt de kogelhuls langzaam langs dorre grassprietjes. Zo vliegt aan de horizon de laatste kraai gebroken weg.

Levensles

Verjaagd en verslagen als uitschot dolend tussen levensdoel Filosofen in vele gedaanten en servanten richting doods doel besloten dat dood de levensles beslist.

Spiegel

Droom nooit van mooie eindes of prachtige glimlachen  in het bijzijn van betraande handen en nevelschimmen vertrouw nooit het gezicht achter je in de spiegel

Naamloos ademgepers

Soms moet je mee met de wind die door je hart waait, warm of koud Willen of niet, het kan soms hart loos zijn en kapot geduwd als bubbel plastic in de handen van een gelukkig kind dat zonder te beseffen het leven uit je adem perst. Getroffen door de kracht van het zwak zinnig gestel dat breekt, maar terug aan elkaar geplakt wordt door iets nu nog zonder naam.

Poëtische processie

Het bruisen van je vingers en het onuitstaanbaar gekakel van verwarde woorden die je hoofd onregelmatig maken. Verdrinken in betekenisloze zinnen als een spinnenweb plakkerig in je denkpatroon om dan zachtjes neer te komen in dromen. Gestructureerd in zinsdelen en woordsoorten, al dan niet rijmend met alliteraties of connotaties, het loopt gesmeerd, als een godsmachine. De Poëtische Processie, proces afgerond.

Deuren

We gaan samen door de deur naar werelden Deur, gaat door mij mijn mens en sla me dicht, maar pijnig niet mijn toeverlaat. Toe, verlaat me niet alleen zijn is niet aan mij besteed Ik heb toch liever het Sociale Protocol.

Bloedhandtekening

Ik wil het gedaan zien ik wil het kapot en aan scherven, daar wil ik voor sterven! Ik wil iets anders zijn en iets anders hebben en jullie die niets zien, blind of stom, jullie wil ik uit de wereld helpen! En het enige dat me geen pijn doet, droom, met de zonsondergang die even mijn woede verblindt om tot slaap te wekken, donker en koud. Verbaast het je? Dat ik teken!

Richard III

Dolkhoofd op de grond, geen paard voor zijn koninkrijk Fataalkracht en hersenpijn, toch zien en kijken naar zijn doodsgezicht Witte roos, Bos- worth slag naar Leicester moord op pijnpodium Scoliose, maar geen angst, veldheer in oorlog met Henry VII Tudor Krijgerskoning met reconstructiegezicht en afstammeling, wij vergeten niet Uw propaganda- lot. (Naar aanleiding van: Richard III: The king in the car park)

Mijn Racemachine

Vertaal, hier en nu De computer code van Vogelzang op het keerpunt Van winter naar lente. Op de heuvel van romantiek. Fluister de woorden van Kampioenschapslijnen in het Hart van de Mazda die mijn lot Van eenzame piraat doorkruiste.

Goede avond

Goedenavond, avond. Slok me op als de blinde haai. Verberg me als een kloek, moeder. Vergeef me als een dementievergissing. Laat me als een tranenrivierdal. Verstik me als de avond. Goede avond.

Ik was 16

Het gieren langs straten met hen, 16 tot 21 lentes Ongedrag. Of café met flessen en het overvloedig alcoholistisch Wangedrag. Smeken om het woordenboek van toen, ik was 16 Pubergedrag.

Busselkind

De mens is als een voodoopop in elkaar genaaid en met haken en ogen samengebracht. Het brein is slechts zaagsel, gemixt met water of whiskey, misschien met te veel absynth. Woorden, Zinnen en boeken worden ingeplant door onzichtbare handen. Het kind spreekt immers alsof het nog nooit gesproken heeft. Beweegt slechts met handenwil. Tijd is als een bus soms te laat en, te vaak, te vroeg. Dan mis je het en hang je ergens vast.

Lichaamstaal

Zwijg! Spreek niet van geschiedenis of taal, maar observeer en herontdek wie of wat ik was. Ooit verloren in oceanen zilt als tranen.

Raadsels en Rijm

Raadsels en rijm.  Ach, het doet zo'n pijn Je te vertellen Wat ons zou kunnen vellen Ons, maar niet wij. Een individu in de lange rij. Wij, maar niet ons en maken ze maar een fonds Voor gebroken harten En andere smarten. Maar het doet zo'n pijn Om je te vertellen Wat ons zou kunnen vellen.      

Alsof...

Het is Alsof de wereld aan je voeten ligt En je de wegen zelf hebt aangelegd. Alsof de lucht door jouw vingerknip Volledig op zal klaren. Alsof de adem die je in wolkjes uitblaast Mij zal zoenen en daar zachtjes zal sterven. Het is Alsof jij en ik goden zijn, in elkaar Verstrengeld, als lucht en aarde, Als water en vuur.

Kleurenschilderij

Het gouden licht in stralenbundels. Compacte warmte, knapperig neerdalend op de zilveren wateren. Een lucht die fris rood en vlammend oranje kleurt, alsof het overschilderd wordt door het penseel van een heilige schilder. En zo, onder een katoenen lucht, kabbelt het water. Als een oaze van rust, poëzie en vervreemding, klaar om de wereld in slaap te sussen.

Soms moet je gaan.

Soms maakt het leven het je vreselijk moeilijk, maar dan vecht je terug met een 'Fuck You' op de lippen. Soms weten anderen niet wat met je te doen of hoe op je te reageren, dan laat je hen gewoon links liggen. Soms weet je zelf niet wat je moet, met je tijd, en doe je maar wat om toch maar niets te verspillen. Maar soms moet je gaan. *R.I.P. Leo*

Winterblues

Luilekkeren in het gras, armen onder het hoofd. Glimlachend staren naar de verschillende vormen in de schaarse wolken. Een blakende, warme zon, die je in het gelukzalige gezicht kijkt. Net zolang tot de tranen je lippen bevochtigen. Soezend indommelen onder de roodgloeiende stralen van de ondergaande zon, met het live bluesconcert ver op de achtergrond. En dan word je wakker, een glimlach rond de lippen die snel vervaagt door de regen die luid tegen het raam tikt, om te zeggen: stop maar met dromen.

Twee werelden

Ik heb twee gezinnen je denkt dan al direct: 'Oh, leuk, dubbel zo veel cadeau'tjes!' Toch moet je het zo niet bekijken, want soms heb ik het gevoel er niet altijd bij te horen. Ik zie het geluk van de twee, volledig verschillende werelden. En dan denk ik: 'Bij wie kan ik dat geluk delen?' Hoewel ik het niet altijd zie, mits ik soms blind ben en schuld tref, weet ik wel dat die twee gezinnen, die twee werelden, mijn werelden zijn.

Gezichten

Je komt ergens binnen en je bent volledig nieuw, het groentje, de vreemdeling, het onbekende gezicht. Je kijkt eens rond tussen al die verbaasde, eerstehandse hoofdjes tot je plots beseft dat er ook tweedehandse tussen zitten. Geesten uit het verleden die je aanstaren met de blik van onherkenning alsof je zo hard veranderd bent.

God ziet niet!

Fluisterende machten, koppige ezels in de nacht gebroken door verledens, fantasieën, dromen, ach, zo verloren. Kruip niet in mijn hoofd, je zou het je lichtjes besterven, mijn geheugen kapot, gestroopt want God, U weet niet -en ziet niet- wat wij weten.

Romantiek?

Gestreeld, haren zo zacht, een doorn in mijn oog, gedrocht gegraven in de bodem van mijn voorouders Rode bloemen, week bloed dat drupt, zachtjes onhoorbaar. Stemmen, gefolterd en voor altijd hees.

Moordenaar!

U bent een moordenaar! Getooid in de tuniek van tirannie beklad met de schreeuwen van uw slachtoffers. Begraaf uw hoofd in hun bloed en verdrink in hun verspilde tranen! Kruip in uw graf, -Waar de maden bezwijken en het gras niet durft groeien.- maar vergiffenis krijgt u niet. 

Koud

Hoor hoe de wind fluisterend de zielen meedraagt van zij die gehoord wilden worden. Kijk hoe de nacht stilzwijgend een sluier legt om de wereld die niet luisteren wil. Takken omarmen het vervlogen geprevel uit oud verleden. Koud sluiten levens de ogen voor lispelende doden.

Nachtvlinder

Nachtvlinder Verdronken in het speeksel Van de nacht Verdwaal niet in parken Met eenzame harten Waar ontvoering loert En hulpgeroep niet baat IJle stemmen doorklieven Je nevelige hoofd Waarvan je de raadgevingen Wegveegt in de vacht van de Wolf die over je waakt, Maar doodgeknuppeld wordt Door zij die je lichaam begeren.