Posts

Rambling

Ik wil een bloem zijn. Vriendjes zijn met grassprietjes en naar de lucht kijken, naar de zon groeien. Vertrappeld worden door een mens met hoop en dromen en wensen en ik wil een bloem zijn. Wij zijn niets meer dan wat stofdeeltjes die rondvliegen in een living van een onbewoonbaar verklaard huis. Zie je dan niet dat ik verstopt ben, dat ik niet te vinden ben, dat ik een zwart gat ben, dat jou opzuigt, dat jou meeneemt, dat jou kapot maakt, spaghetti sliertjes. Wij zijn niet meer dan wat letters. Onuitgesproken gedachten van een alarmachtig wezen dat veel te groot is voor ons om te weten dat het bestaat. We zijn slechts een verzameling woorden. Ik vertel een verhaal, maar je vormt niet het beeld dat ik vertel. Ik vraag je, ben ik zo moeilijk te vinden?

Waanzin

Het licht dat kleren doorzichtig maakt. De letters die lippen onbesproken laten. Het slissen, het stotteren Het alsmaar slikken. De angst waardoor drempels blijven groeien. De pen die dichters tot goden maakt. Het spelen, het staken. Het alsmaar staren. De blikken die toch echt mensen zien.

Volume

Met microfoon in de hand, de dichter wiens schoenen door het podium zakken. Het hoofd als spons die al het vuil absorbeert, het groentje, de meid met girlpower maar een klein hartje. Een volume bovenop knikkende knieën, een stem die soms liever zwijgt maar toch alles maar opschrijft en dan maar gewoon spreekt. Ken je dat? Die oncontroleerbare wil om zichzelf te zijn maar zich niet te veel te willen tonen, en toch telkens weer met die microfoon in de hand, zakkende schoenen, blootleggend volume.

Ik heb het verleden verbrand

Ik heb het verleden verbrand. In de assen las ik oude waarheden en een realiteit die al lang onwerkelijk is. De rook nestelde in mijn haar en ik vergat wie er toen sprak, de verhalen die vandaag nutteloos geworden zijn. Ik zag de vlammen groeien. Een vergeelde bladzijde werd verteerd en wat ik te lang vasthield schroeide uit mijn hand. Ik heb het verleden verbrand. Kijk nu in de assen waar niets nog iets is, waar een deel van mezelf stierf. Het is goed zo, het is beter zo.

Ik ben

Ik ben een vlinder waarvan de de vleugels nog in de papieren pop kleven een herfstblad dat nog niet doorheeft dat het moet vallen een autobestuurder die een stopbord als iets permanents bekijkt